Mechelse-herder.


De Mechelse Herder

De kortharige herdershond, ook wel de kortharige scheper genoemd, kwam in zijn beste vorm rond de vorige eeuwwisseling voor in de Antwerpse Kempen, het gebied in de richting van de Nederlandse grens en verder in Noord-Brabant. Ze waren gewoonlijk in het bezit van de boeren waarvoor ze nog dagelijks hun belangrijke taken uitvoerden. Deze honden bleken aardig gelijk van vorm en ze werden door prof. Reul omschreven als: 'Ze hebben de grootte van een vos of wolf, zijn kortharig en van vaal gestroomde kleur; hun oren zijn bewonderenswaardig recht, fijn en spits, en open naar voren gedragen. Andere kenmerken zijn de puntige snuit, de pikzwarte neus, de goed gedragen staart, bijna waterpas maar licht hoger aan het uiteinde en behaard in vorm van een korenaar'.

Mede op advies van prof. Reul werd in Mechelen met behulp van enige liefhebbers in 1898 de 'Mechelse Club tot Verbetering van den Kortharigen Schaapshond' opgericht. Deze Mechelse Club werd een afdeling van de Club du Chien de Berger Belge'. Het doel was te komen tot een verbetering van de typen van de kortharige Belgische Herdershond, zoals die met name in de omgeving van de stad Mechelen werd gefokt.

Tot het jaar 1899 werden de Belgische Herdershonden in de eerder genoemde drie groepen onderverdeeld, namelijk lang-, ruw- en kortharen, waarbij de kleur van de hond geen enkele rol speelde. In 1899 werd door de Club du Chien de Berger Belge een eenzijdige beslissing genomen over de verdeling van de haarkleur, zonder dat daarin de Mechelse Club was gekend. Men stelde voor de drie variëteiten de volgende kleuren vast: zwart voor de langharige, peper en zout voor de ruwharige, en leeuwkleurig (fauve charbonné) met zwart masker voor de kortharige. de Mechelse Club betitelde deze beslissing van de hoofdvereniging als een soort van staatsgreep', want men had een heel andere opvatting over de kortharige herdershond.

Voor alles moesten hun honden namelijk werkhonden zijn. Niet het uiterlijk van de hond was bepalend, zo stelden ze, maar de combinatie van uiterlijk en innerlijk. Ze gaven de voorkeur aan goed afgerichte honden, die bovendien goed gebouwd waren en een 'gaaf en slim voorkomen' hadden. De kleur van de hond was voor hen slechts bijzaak. Men wilde ten koste van alles voorkomen dat de Mechelaar zou vervallen tot een soort luxehond en dat het ras zijn geweldige karakter zou verliezen.

Herkomst: België


Copyright @ 2010 oostland-diensthonden-opleidingen.nl. Alle rechten voorbehouden.