
Het principe: "belonen is beter dan straffen" Is een ieder wel bekend. Iedereen zal het ook eens zijn met deze stelling. In de praktijk van de africhting blijkt echter vaak dat het ergens mee eens zijn, en het ook toepassen twee verschillende dingen zijn.
In het begin van de africhtingspraktijk is het overigens vaak de correctie, waarmee de geleider moeite heeft. Een kersverse africhter moet vaak overtuigd worden dat ook correcties op bepaalde momenten nodig zijn. Een goede instructeur zal er gelijk bij vertellen dat, na de correctie, ook de hond weer aangehaald moet kunnen worden en dat de druk weer van de ketel moet.
Hoe verder iemand vordert in de africhtingssport, hoe moeilijker het vaak wordt die (gedoseerde) beloning erin te houden. Het lijkt wel of dat vooral voor afdeling C geldt. De hond doet op een gegeven moment niet meer wat we willen. Heeft een waas voor de ogen, lijkt wel Oost-Indisch doof, en wat nu…?
![]()
Hoe moet je nu verder met het principe van belonen van het gewenste gedrag? Immers er is niet meer te belonen alleen nog maar te straffen en te corrigeren. Als dat zich voor doet is er vaak in de opbouw wat verkeerd gegaan. Of er zijn wat stappen te vlug genomen. Je hoort weleens "laat hem eerst maar goed bijten, het lossen komt later wel" Hoe leer je hem "later" dat netjes lossen dan? Door beloning? Dat werkt meestal niet meer, de hond heeft immers geleerd bijten, vasthouden, mouw krijgen en dat is het. Ook is het gebruik van zeer zware hulpmiddelen vaak geen oplossing meer, of de hond vervalt als het hulpmiddel er een keer niet is weer in zijn oude gedrag.
Ook zien we dat "los" probleem steeds meer terug op de Siegerschau getuige de grote T1 (niet lossen) kwalificaties , in de gebruiksklasse. Als het lossen gebaseerd is op een appèl (lees relatie/rangorde probleem tussen hond en geleider) probleem. Zie je ook vaak op andere punten ongewenst gedrag terug. Het nabijten, het inbijten bij het verstek, nerveuze bewaking, gedrukt bij de pakwerker na het lossen, weglopen als de baas komt inlopen.
De gezondheid van de hond kan ook nog in het geding komen. De hond windt zich immers enorm op bij afdeling C, door veel en zware correcties, en het (drukke) gedrag van de baas versterkt deze opwinding, zich vaak nog meer. Deze grote druk kan een hond beschadigen, ik denk aan hartaanval, maag, darm problemen, en ook geestelijk kan de hond dol gedraaid worden. Met alle nare gevolgen van dien.
Vooral bij het pakwerk wordt de hond beheerst door enorme sterke instincten en driften. Die worden opgeroepen en versterkt door de trainingen. Vaak zien we rondom het pakwerk ontzettend drukke tafarelen, honden die al ruim voordat ze aan de beurt zijn zich al ontzettend mogen opwinden van de baas, en hun longen uit het lijf mogen blaffen.
Is het gek dat in zo'n geval het appèl al een knauw krijgt alvorens de geleider echt aan de beurt is. Het is veel beter om wat appèl te lopen met de hond, terwijl op afstand het pakwerk aan de gang is. Dat schept duidelijkheid en dicipline. En wordt ook een gewoontegedrag voor de hond dat hij niet als een achtelijke tekeer mag gaan als er maar een pakwerker en de daarbij behorende geluiden in de buurt is.
Een goede opbouw met correctie op het juiste moment, en ook de beloning op het juiste moment staat borg voor een goede baas-hond verhouding. Hiermee moet zo vroeg begonnen worden tijdens de opleiding. Dus direct met het bijten moet ook het los laten als commando aangeleerd worden. Zo wordt het voor de hond een duidelijke oefening. Bovendien is elke hond en iedere geleider weer een andere, dus de rol van de instructeur om hier op te anticiperen en de juiste aanpak te vinden voor de betreffende combinatie is een zware taak.
Laat ik eens voorbeeld geven van hoe zo'n opbouw er uit zou kunnen zien. Persoonlijk ben ik een voorstander om een pup al met een week of tien twaalf mee te nemen naar het trainingsveld. Hij kan dan al veel zien en horen van wat daar allemaal gebeurd. Vaak nemen de pups al goed notitie van wat er allemaal gebeurd op het veld met de oudere honden. Na een aantal weken, afhnkelijk van het karakter en de ontwikkeling van de jonge hond, gaat de pakwerker hem ook eens opzoeken. Dat wil zeggen niet teveel drukte en een zeer bescheiden dreiging.
In het algemeen kun je zeggen dat een bepaalde houding van de pakwerker, of een hoog opgeheven stok, bedreigender is dan de klap die je ermee geeft, maar dat terzijde. In dit begin is er nog geen contact tussen de hond en de pakwerker, als de hond reactie vertoond maakt de pakwerker zich bang uit de voeten, en onze hond is braaf.
![]()
Met een week of zestien kun je de hond al laten bijten op de bijtrol, ook weer zonder te veel drukte maar als een spel. Als de hond vast heeft, volgt het commando "los" je opent de bek van de hond pakt de bijtrol en er volgt een beloning (dat kan op vele manieren). Na een paar keer oefenen heeft de hond door dat bij het commando los, en als hij netjes lost een beloning in het verschiet is. Gewoon een oefening dus.
Dus het lossen wordt aangeleerd op de bijtrol zonder correctie, en met een beloning. Vaak wordt de bijtrol of de mouw als de beloning gezien. De hond mag er stoer mee van het veld lopen. De hond laat wel een keer los en einde oefening jonge hond. Nu moet er eerst gelost worden duidelijk en zonder stress, en de beloning verkrijgt de hond voor het netjes uitvoeren van het commando
Hierbij conditioneer je het commando. Op het moment dat hij met de pakwerker gaat werken (en de hond het lossen dus al beheerst). Bestaat de kans dat de hond (in drift) niet wil lossen. Dan volgt er een extra hard commando "los" bij niet lossen, flinke tik (met de hand) op de bovenkaak en een flinke ruk aan de halsband, en tenslotte kan een flinke tik tegen de ribbenkast prima resultaat opleveren
Ook is het goed om bij slecht lossen met de jonge hond weer een stap terug te doen naar de bijtrol, om uiteindelijk een rustige oefening te krijgen met èèn duidelijk en hard commando. En geen geschreeuw of telkens weer lijncorrecties bij de oefening. Totdat er ook bij het pakwerk netjes wordt gelost.
Het corrigeren van het niet lossen is op dit moment dus volkomen correct. Hij is niet meer aan het aanleren, je corrigeert het niet uitvoeren van een correct aangeleerde oefening. De hond beheerst de oefening en leert dat er gevolgen zitten aan het niet uitvoeren ervan. Wanneer je ook nog op intervalbasis het wel uitvoeren van de oefening gaat belonen kan dit een goede manier zijn voor veel honden. Gebaseerd op de operante conditionering (belonen/bekrachtigen en corrigeren/bestraffen)
![]()
Op een zelfde manier kan ook de revier oefening opgebouwd worden als oefening, ook weer gebaseerd op de operante conditionering. Vaak zie je dat bij de opbouw van de revier oefening de pakwerker gebruikt wordt als "lokaas" om de hond bij het verstek te krijgen. Dat heeft weinig te maken met de basis oefening, namelijk de hond sturen naar een verstek op commando. Een hond zal in principe iets doen om een drift te bevredigen, en als het hem wat oplevert. Met die gedachte in het achterhoofd, is er een eenvoudige manier om het revieren op te bouwen door de hond de indruk te geven., dat ( in dit geval speeldrift cq buitdrift) zijn drift kan worden bevredigt door naar het verstek te gaan.
Net als bij het vooruit sturen, waar vaak een beloning aan het eind ligt om de drift te bevredigen. Kun je bijvoorbeeld in het verstek een balletje neer leggen. De hond mag dit natuurlijk zien, hij wil zijn balletje graag hebben. Je neemt hem echter mee naar het midden van het veld, onder wat vrolijk stimulerende woorden van de baas als "waar is je balletje jochie….." Als de hond duidelijk laat merken dat hij graag wil gaan, laat je hem los en roept tegelijkertijd "Revier".
Binnen niet al te lange tijd zal de hond ook gaan, terwijl er geen balletje ligt. Op het moment dat hij erin kijkt roep je braaffff en "Hier", de hond is misschien wat onwillig om te komen, zijn bal ligt er immers niet. Maar gewoon volhouden en inmiddels haal je zijn geliefde bal uit je zak, en de hond ziet dat zijn bal nou weer daar is. Bij je aangekomen volgt de bekrachtigen/beloning hij mag even met de bal spelen. Alles hier is ook weer afhankelijk van de hond en de baas in welk tempo de stappen en afstanden tot de verstekken genomen moeten worden. De volgende stap is het door sturen naar twee verstekken enzovoort. Gaat er iets mis in de opbouw, doe dan gelijk een stap terug. Grote voordeel van deze opbouw van het revieren is ook weer dat de hond de revier oefening als zelfstandige oefening wordt aangeleerd. Als je uiteindelijk met de pakwerker het revieren gaat doen, wordt het een stuk moeilijker voor de hond. Nu komt het aan op het overwicht en de baas-hond verhouding. En natuurlijk weer in hoeverre de hond onder je appèl staat.
![]()
Hier nog een praktijkvoorbeeld van mij zelf:
Ten eerste: Kwando is de eerste hond waarmee ik heel bewust alleen maar bezig ben op de ‘positieve’manier, en met haar ben ik nog maar net begonnen met twee verstekken. Maar het systeem wat ik bij haar wil gebruiken heb ik ook bij onze andere honden gedaan en revieren zit er meestal wel vast in. Dus bij deze:
Het principe is dat de hond beloond wordt als hij het goed doet, dus gevecht en mouw geven, niet goed revieren betekent ophalen en opnieuw beginnen, levert dus geen beloning op. Hier moet je dus heel consequent in zijn!
Hond moet duidelijk worden gemaakt dat hij eerst het verstek moet ronden waarnaar hij gestuurd wordt, dan pas mag hij zijn beloning halen bij de pakwerker. (1 verstek aanleren is natuurlijk geen probleem, ik werk wel in afwisselende verstekken.) Hiervoor heb ik een tweede persoon nodig die de hond aan de lange lijn houdt en naast het lege verstek staat. Zelf met hond naast en vlakbij leeg verstek, hond sturen (evt. klopper in verstek), tweede persoon geleidt de hond rond het verstek : braaf of click en pakwerker in verstek 1 roept hond aan en vlucht en geeft de mouw. (Hond hoeft dus niet aan te blaffen, de beloning is voor het lege verstek ronden).
De lijn wordt gebruikt om te VOORKOMEN dat hij voor het lege verstek langs schiet, want de hond moet eerst leren dat ‘revier’ niet meer betekent snel naar de pakwerker (dat heeft hij eerst geleerd) maar dat er nu een ander gedrag verwacht wordt nml om het lege verstek lopen. (Volkomen zinloos voor de hond natuurlijk). Dit oefen ik zo vele weken, ondertussen neem ik steeds meer afstand van het lege verstek tot ik vanuit het midden stuur. Pakwerker kan de hond eerst flink jutten, zodat de hond hoog in drift komt,( dit versnelt ook nog eens het leerproces), de hond zal snel het lege verstek ronden om bij de PW te komen. Na tientallen trainingen verwacht ik dat de hond het gewenste gedrag ingeprent heeft en tweede man en lijn zijn dan niet meer nodig.
De kans bestaat dan dat de hond eens zal gaan proberen een kortere weg te nemen, in dit geval haal ik de hond op en doen we het weer opnieuw, net zolang tot hij het wel goed doet. Het geen beloning krijgen is voor de hond een straf (P-). Als het gewenste gedrag inderdaad goed ingeprent is dan legt de hond heel snel de verbinding van:” leeg verstek ronden geeft beloning” terwijl “niet leeg verstek ronden geen beloning oplevert”, voorwaarde is uiteraard dat de hond absoluut moet weten welk gedrag gewenst is en dus de beloning oplevert! In de aanleerfase wordt de hond consequent altijd beloond bij goed gedrag dmv gevecht en mouw!
![]()
Volgende fase:
Als 5 en 6 goed gaat, leg ik de hond af naast verstek 4. Wederom lijn eraan om ongewenst gedrag te kunnen voorkomen want we moeten weer iets nieuws aanleren. Met commando Hier roep ik de hond bij me, stuur direct door naar 5 en de hond mag bij 6 zijn beloning halen. Als dit goed gaat kan ik de hond vanuit het midden naar 4 sturen, bij me roepen en doorsturen naar 5 en 6.
De hond kan nu 3 verstekken revieren, dit ga ik nu afwisselen bijv. PW in 3, Eerst de hond sturen naar 2 en 3, als de hond begrijpt dat hier hetzelfde spelletje gespeeld wordt dan breiden we uit naar 1, 2 en 3. Ik doe altijd eerst even een stapje terug in de training als er iets nieuws toegevoegd wordt, in dit geval pakwerker op een andere plaats. Voor ons lijkt het dezelfde oefening maar voor de hond is het weer iets nieuws, moet dus weer opnieuw aangeleerd worden, alleen gaat dit nu sneller omdat het herkenbaar is voor de hond.
Als dit goed gaat kun je de oefening weer uitbreiden, eerst PW in 3 (hond sturen naar 1, 2 en 3 en belonen), daarna PW in 6 (hond sturen naar 4, 5 en 6 en belonen)
Als dit goed gaat is het makkelijk om geleidelijk aan uit te breiden naar 4 verstekken tot uiteindelijk 6.
Overigens oefen ik zelf weinig 6 verstekken, alleen af en toe om te kijken of dit nog wel goed gaat, meestal stuur ik 2 of 3, bijv eerste keer PW in 2, tweede keer PW in 5. Ik vind het niet zo mooi als honden op de automatische piloot 6 verstekken ronden en dat krijg je toch snel als je altijd 6 verstekken oefent.
Voordeel van zo leren revieren vind ik persoonlijk dat de honden snel gaan werken, ze willen snel bij hun beloning zijn . Tevens hebben ze zo geleerd dat de snelste weg naar de beloning de weg is om de verstekken te ronden waarnaar ze gestuurd worden, anders geen beloning en opnieuw doen. Belangrijk hierbij is om stapje voor stapje iets aan te leren en er niet te snel van uitgaan dat de hond de bedoeling wel begrijpt. Ik leer de hond elk ‘nieuw’ verstek te ronden door weer vlakbij het verstek te gaan staan en direct bij goed gedrag de beloning te laten geven (PW aan overkant).
Deze methode hebben we jaren geleden gezien bij een vereniging en dat vonden we zo’n logische opbouw dat we dit sindsdien zelf zijn gaan toepassen. Daar werd dus toen al gebruik gemaakt van positieve trainingsmethoden :) . Let wel, verkeerd gedrag wordt wel degelijk gecorrigeerd maar slechts door P- : het onthouden van de beloning.
Ik ga er vanuit dat de hond 'schoon' is in het verstek, anders gaat dit hele verhaal niet op namelijk : inpitten is zelfbelonend gedrag van de hond. De hond moet 'schoon' zijn of absoluut niet de kans krijgen om in te bijten.
Met deze methode hebben wij dus goede ervaringen, maar er zijn vele wegen die naar Rome leiden
![]()
Voor dit alles geldt dat er vooraf met de instructeur de gehele opbouw duidelijk moet zijn. De lijnen moeten uitgezet worden. En zit niet bij de pakken neer als het even wat minder gaat, doe een stapje terug, en begin weer overnieuw. Er is niks zo mooi als en een attente kwispelende hond bezig te zien, en een geleider te hebben die met een tevreden en voldaan gevoel het trainingsveld verlaat na afloop.
Positief denken en handelen levert niet alleen in onze "mensen" maatschappij het meeste op, maar ook met dieren is dit de beste en meest plezierige weg.
Ik wens een ieder veel plezier met zijn hondensport.

Copyright @ 2010 oostland-diensthonden-opleidingen.nl. Alle rechten voorbehouden.